Ruimtes die leiden zonder te dwingen voor maximale zelfstandigheid en veiligheid.
Hoewel aanvankelijk werd gestart met het groeperen van functies, bleek de gebruikersvisie de wens te zijn om de functies maximaal te mengen en de toegankelijkheid te optimaliseren. Kinderopvang is gesplitst en strategisch geplaatst in twee hoeken op de begane grond. EMB-leerlingen bevinden zich dicht bij de ‘kiss-and-ride’/speelplaats. Zij hebben met de lift directe toegang tot het dakterras op de verdieping, dat wordt gebruikt voor buitenonderwijs en spelen. Leerlingen Speciaal Onderwijs zijn verspreid over de school. Meer mobiele of gevorderde studenten bevinden zich hoger en dieper in het gebouw. De zorgfuncties zijn maximaal verspreid tussen alle gebruikers. Artsenruimten en behandelaren zijn geconcentreerd op de 2e verdieping, een zone die eveneens maximaal toegankelijk is gemaakt met de lift.
Het gebouw beschikt over een beweegcentrum met een speellokaal, sportzaal en zwembad. Dit centrum is aan de zijde van het ziekenhuis gegroepeerd en zorgt in het volume voor de aansluiting op de hogere (toekomstige) bouwblokken van het ETZ. De sportzaal paste niet binnen het prefab betonsysteem en is uitgevoerd met een staalconstructie, gescheiden van het prefab bouwsysteem. Een hellingbaan is geïntegreerd als onderdeel van de mobiliteitstraining en stelt leerlingen in staat zelfstandig door het gebouw te bewegen.
Vanwege de beperkte buitenruimte en de wens voor daglicht diep in het gebouw, is het volume opgetrokken vanaf de parkeerplaats. In het midden is een patio gecreëerd. Op de eerste verdieping is een dakterras aangelegd om het buitenterrein te vergroten. Dit maakt het mogelijk dat het groen uit de omgeving (parkeerplaats/speelplaats) zich virtueel voortzet over het gebouw. De ‘rug’ van het gebouw is op één hoogte gehouden, wat aansluit bij de stedenbouwkundige visie voor de ontwikkeling van het ETZ.